Financieel Stabiliteitscomité onderzoekt weerbaarheid van financiële sector tegen cyberaanvallen

Het Financieel Stabiliteitscomité heeft in zijn vergadering van 3 februari gesproken over de risico’s die voortkomen uit cyberdreigingen, derivatenmarkthervormingen en fiscaliteit

Cyberdreigingen
Wereldwijd neemt het aantal gerichte cyberaanvallen op financiële instellingen toe. Het risico is aanwezig dat aanvallers kritische systemen bereiken met verstrekkende gevolgen voor de instellingen zelf en, in een worst case scenario, voor het financiële systeem als geheel. Preventie alleen is niet voldoende. Van toenemend belang is dat financiële instellingen snel kunnen herstellen na een succesvolle aanval, bijvoorbeeld door alternatieve systemen in te zetten waarop kritische processen (zoals het betalingsverkeer) kunnen blijven draaien. Gegeven de mogelijke impact dienen cyberdreigingen op bestuursniveau besproken en aangestuurd te worden.

Hoewel de primaire verantwoordelijkheid voor het nemen van risico mitigerende maatregelen bij de financiële sector ligt, hebben publieke autoriteiten een rol in het waar nodig wegnemen van juridische of institutionele obstakels en het bevorderen en orkestreren van de samenwerking. In dit licht staan de leden van het comité positief tegenover de totstandkoming van een door de private sector op te richten ‘trusted internet’ als alternatief beschikbaar systeem voor situaties waarin het normale systeem besmet is geraakt. Onder coördinatie van het TCO (tripartiet crisis­management­­orgaan) zal in 2015 een brede oefening worden georganiseerd om de weerbaarheid van de systemen en de coördinatie tussen partijen te testen. Tevens laat het comité een voorstel uitwerken om in de praktijk de weerbaarheid van financiële instellingen nader te testen. 

 

Derivatenmarkthervormingen
De derivatenmarkt speelde een belangrijke rol in de verspreiding en versterking van de financiële crisis. De in Europees verband ingezette derivatenmarkthervormingen beogen het systeem weerbaarder te maken door de afwikkeling van standaardcontracten via centrale tegenpartijen te verplichten en strengere onderpand- en kapitaaleisen te stellen aan bilaterale transacties. Het comité constateert dat bijeffecten van nieuwe regelgeving echter de kiem voor een toekomstige verstoring kunnen zijn. Het toenemende gebruik van onderpand levert nieuwe liquiditeitsrisico’s op, omdat de volatiliteit in de onderpandbehoefte toeneemt en in negatieve scenario’s een tekort aan hoogwaardig onderpand­papier kan ontstaan. Daarnaast leidt de marktinfrastructuur met verplichte centrale clearing tot een concentratierisico. Vanwege schaalvoordelen zijn marktpartijen aangewezen op een beperkt aantal centrale tegenpartijen en ‘clearing members’.

Het comité schaart zich achter het aankomende Europese voorstel om afwikkelplannen voor centrale tegenpartijen op te stellen. Het comité benadrukt het belang van prudente marge-vereisten die niet procyclisch uitwerken. De leden van het comité spreken af het onderling contact op dit terrein te intensiveren om tot een betere reflectie op het risico en een scherpere gemeenschappelijke inzet voor de discussie in Brussel te komen. Die intensievere samenwerking kan ook worden gebruikt om stressscenario’s te ontwikkelen voor een concrete beoordeling van de aard en omvang van de risico’s voor het systeem. Dit in aanvulling op de interne stresstesten van marktpartijen.

 

Fiscaliteit
Daarnaast heeft het comité gebrainstormd over de vraag in hoeverre fiscale regelgeving ongewenste prikkels voor de financiële stabiliteit creëert, met name waar het schuldfinanciering stimuleert. Fiscale prikkels beïnvloeden de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen, en hoewel daar geen acute financiële stabiliteitsrisico’s uit voortkomen, verhoogt dit wel de druk op het prudentiële beleid. Het comité acht fiscale prikkels die de schuldhefboom (de verhouding tussen vreemd en eigen vermogen) verhogen daarom niet zonder risico’s. Besproken is dat verschillende landen maatregelen hebben genomen die de belastingongelijkheid tussen vreemd en eigen vermogen verminderen, , door bijvoorbeeld een forfaitaire aftrek op eigen vermogen te introduceren of de renteaftrek op vreemd vermogen te beperken. Verder is het comité ingegaan op de risico’s die kunnen ontstaan wanneer private equity investeerders met veel geleend geld bedrijfsovernames financieren. Het onderwerp fiscaliteit blijft een aandachtspunt voor de langere termijn.

 

Overig
Verder heeft het comité kort stilgestaan bij de actuele risico’s, zoals voortkomend uit het recent door de ECB aangekondigde ‘quantitative easing’ beleid en de ontwikkelingen in Griekenland. In mei spreekt het comité over de LTV-limiet voor hypotheekleningen en in november over de niet-gereguleerde financiële sector en de impact van de lage rente. 

 

Het Financieel Stabiliteitscomité
De vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité vond plaats op dinsdag 3 februari 2015. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën ten minste twee keer per jaar onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen.

Voor vragen kunt u contact opnemen met woordvoerder Martijn Pols 06 524 96 432 of Ben Feiertag 06 524 96 142