Financieel Stabiliteitscomité: fintech biedt kansen, maar niet zonder risico’s

Het Financieel Stabiliteitscomité heeft in zijn vergadering van 23 mei gesproken over de kansen en risico’s van technologische innovatie in de financiële sector. Daarnaast stond het comité stil bij de potentiële gevolgen van toenemende homogeniteit in financiële markten en een eventuele Brexit. 

Technologische innovatie in de financiële sector

Samen met Willem Vermeend, Fintech Special Envoy, heeft het comité gesproken over de gevolgen van technologische ontwikkeling in de financiële sector (fintech) voor de financiële stabiliteit. Voorop staat dat de potentiële voordelen van technologische innovatie groot zijn: betere dienstverlening, lagere kosten, meer transparantie over kwaliteit en prijzen, en een hogere efficiëntie. Nieuwe producten en/of toetreders vergroten daarbij de diversiteit, concurrentie en dynamiek in de financiële sector. Dit kan bijdragen aan een stabieler financieel systeem op middellange termijn.

Door de geringe omvang is de impact van fintech op de financiële stabiliteit op dit moment beperkt. Wanneer fintech een vlucht neemt, kunnen risico’s ontstaan in de vorm van druk op de verdienmodellen van gevestigde partijen, toename van procycliciteit in de kredietverlening en nieuwe marktconcentraties. Tevens kunnen nieuwe gedragsrisico’s ontstaan, zoals rond intransparante verdienmodellen en onvoldoende bescherming van persoonsgegevens.

Het comité constateert dat bij fintech vooralsnog het financiële stabiliteitsrisico kleiner is dan het risico dat kansen worden gemist die verdere ontwikkeling kan bieden. Voor het wegnemen van knelpunten voor de groei van fintech is een open houding van en goede samenwerking tussen regelgever en toezichthouders van belang. In dit licht onderzoeken AFM en DNB de mogelijkheden voor gedifferentieerde vergunningverlening om technologische innovatie te faciliteren. AFM en DNB publiceren hierover op korte termijn een gezamenlijk discussiedocument. Daarnaast werken AFM en DNB aan een ‘regulatory sandbox’ en lanceren zij een innovatiehub, waar innovatieve marktpartijen met vragen over regelgeving en beleid terecht kunnen. Het CPB brengt een analyse naar buiten over de verwachte economische effecten van technologische innovatie. De Minister van Financiën informeert ten slotte binnenkort de Kamer middels een brief over dit onderwerp.

 

Homogeniteit in financiële markten

Homogeniteit in financiële markten betreft de gelijkgerichtheid van beleggingsbeslissingen. Dat wil zeggen dat een aanzienlijk deel van de beleggers op dezelfde wijze reageert op marktontwikkelingen. De homogeniteit lijkt in de laatste jaren te zijn toegenomen. Zij kan de efficiënte werking van financiële markten belemmeren en leiden tot scherpe correcties van marktprijzen, hoge volatiliteit (zoals rondom de ‘Bund Tantrum’ in 2015) en een minder efficiënte allocatie van middelen. Het comité erkent de potentiële risico’s van deze ontwikkeling, maar wijst in dit verband ook op de afruilen die plaatsvinden. Recent aangescherpte regelgeving bevordert bijvoorbeeld dat banken stevige kapitaalbuffers aanhouden. Zij kan echter als neveneffect hebben dat banken minder handelsvoorraden aanhouden en navenant minder market making-activiteiten verrichten. Het comité zal nader onderzoek laten verrichten en het onderwerp in een volgende vergadering opnieuw bespreken. AFM en DNB zullen als onderdeel van een gezamenlijk onderzoek naar marktliquiditeit de veranderingen in het gedrag van beleggers en de risico’s die daarmee samenhangen in kaart brengen.

 

Brexit

Op 23 juni 2016 stemt het Verenigd Koninkrijk over het lidmaatschap van de Europese Unie. Indien het VK uit de EU treedt, raakt dit in de eerste plaats de Britse economie, en daarna haar handelspartners, zoals Nederland. Het CPB publiceert binnenkort een kwantitatieve studie naar de effecten voor de Nederlandse economie. De directe verliezen van Nederlandse financiële instellingen op Britse uitzettingen zijn naar verwachting beperkt, evenals de extra operationele kosten die een uittreding opleveren. Het comité ziet als grootste risico voor de Nederlandse financiële stabiliteit de institutionele onzekerheid en de als gevolg daarvan mogelijk sterk oplopende marktonrust. Toenemende risicoaversie op financiële markten kan zich uiten in een stijgende risico-opslag en verminderde markttoegang voor perifere overheden en banken. AFM en DNB zullen de ontwikkelingen de komende tijd dan ook nauwgezet monitoren. Tevens vindt in Europees verband afstemming plaats tussen de verschillende toezichthouders met betrekking tot de ontwikkelingen. Na een keuze voor uittreding is de financiële stabiliteit vooral gebaat bij een snel, volledig en voor alle partijen helder akkoord over de nieuwe (handels)relatie tussen het VK en de EU.

 

Overig
Verder heeft het comité kort stilgestaan bij enkele andere risico’s voor de financiële stabiliteit, zoals de aanhoudend lage rente en het opnieuw oplaaien van de Europese schuldencrisis. 

 

Het Financieel Stabiliteitscomité
De vergadering van het Financieel Stabiliteitscomité vond plaats op maandag 23 mei 2016. In dit comité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen.