Financieel Stabiliteitscomité: Meer gelijke fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen is nodig

Het Financieel Stabiliteitscomité heeft in zijn vergadering van 18 mei 2017 gesproken over de financiële stabiliteitsrisico’s van de ongelijke fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen, de politieke en beleidsonzekerheden en de liquiditeitsrisico’s van vermogensbeheerders. Daarnaast besprak het comité de belangrijkste uitkomsten van de recente beoordeling van de Nederlandse financiële sector door het IMF.

Fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen

Het comité heeft gesproken over de mogelijke financiële stabiliteitsrisico’s als gevolg van de ongelijke fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen. De renteaftrek geeft bedrijven, en dus ook banken, een prikkel om zich met schuld te financieren in plaats van met eigen vermogen. Deze prikkel staat op gespannen voet met de doelstellingen van het prudentiële toezicht, dat juist eisen stelt aan de minimale hoeveelheid eigen vermogen als percentage van de (risicogewogen) activa. Het comité acht daarom een meer gelijke fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen wenselijk, bijvoorbeeld door de renteaftrek te beperken of door ook de kosten van eigen vermogen aftrekbaar te maken. De gevolgen van deze opties voor de financiële sector zijn echter nog onvoldoende duidelijk. Het comité zal daarom deze gevolgen in kaart brengen, en op basis van deze analyse hier verder over spreken in zijn eerstvolgende vergadering.

Actuele risico’s en onzekerheden

Politieke en beleidsonzekerheden zijn nog altijd groot. Het comité heeft onder meer gesproken over de risico’s en onzekerheden met betrekking tot de Brexit, de uitfasering van het onconventionele monetaire beleid van de ECB en de afronding van de post-crisis Bazel 3 agenda. Het comité constateert dat ondanks deze onzekerheden de volatiliteit op financiële markten vooralsnog beperkt is. Dankzij het ruime monetaire beleid en de mondiaal aantrekkende economie heerst op financiële markten een positieve stemming. Een plotselinge omslag van het marktsentiment kan echter tot scherpe prijscorrecties op financiële markten leiden. Ook Nederlandse financiële instellingen kunnen hierdoor worden geraakt. De uitbundige ontwikkeling van de Nederlandse woningmarkt gaat vooralsnog niet gepaard met een sterke groei van de hypothecaire kredietverlening. Om de onevenwichtigheden op de Nederlandse woningmarkt te verminderen, is uitbreiding van het aanbod nodig. Met name in het middeldure huursegment, dat concurreert met de (fiscaal) gesubsidieerde koop- en sociale huursector, bestaan grote tekorten.

Liquiditeitsrisico’s van vermogensbeheerders

De omvang van de vermogensbeheersector is de afgelopen jaren fors toegenomen, mede onder invloed van de lage rente. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de financiële stabiliteit. Een belangrijk punt van zorg betreft de risico’s van een run op beleggingsfondsen, waarbij beleggers massaal hun geld aan deze fondsen onttrekken. Dit kan leiden tot sterke prijsschommelingen op financiële markten en besmetting naar andere financiële instellingen. Het comité heeft een verkennende bespreking gehad over de mogelijke systeemrisico’s vanuit deze sector. Uit onderzoek van de AFM en DNB blijkt dat de liquiditeitsrisico’s van Nederlandse openeind beleggingsfondsen sterk onderling verschillen, afhankelijk van de voorwaarden van het fonds en het type belegger. Bovendien moeten vermogensbeheerders voldoen aan toezichteisen met betrekking tot hun liquiditeitsbeheer. AFM en DNB buigen zich in internationaal verband over de vraag of deze instrumenten afdoende zijn om de mogelijke systeemrisico’s te beheersen.

IMF: positief over Nederlandse financiële stelsel; risico’s bij aflossingsvrije hypotheken

In het Financial Sector Assessment Program (FSAP) beoordeelt het IMF de gezondheid van de Nederlandse financiële sector en de kwaliteit van het toezicht. Het IMF beoordeelt de Nederlandse financiële sector als schokbestendig en constateert dat belangrijke hervormingen zijn doorgevoerd in het toezicht op de financiële sector. Het comité heeft de belangrijkste aanbevelingen van het IMF besproken, waaronder het versterken van de kapitaalbuffers van banken, maatregelen gericht op het terugdringen van de risico’s met betrekking tot hypotheken, het versterken van de operationele onafhankelijkheid van de toezichtautoriteiten, en het versterken van de wettelijke basis van het FSC zelf. Het IMF wijst daarnaast op de risico’s van het grote aantal aflossingsvrije hypotheken, die mogelijk tot problemen leiden wanneer huishoudens op de einddatum de lening niet kunnen terugbetalen. Het FSC zal hier in zijn eerstvolgende vergadering verder over spreken, mede op basis van een onderzoek van DNB.

In het Financieel Stabiliteitscomité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen.