Financieel Stabiliteitscomité: Onzekerheden vanuit internationale omgeving nemen toe

Het Financieel Stabiliteitscomité heeft in zijn vergadering van 7 februari 2017 gesproken over de financiële stabiliteitsrisico’s als gevolg van economische en politieke onzekerheden en over de probleemleningen van Europese banken.

Actuele politieke en economische ontwikkelingen

De onzekerheden vanuit de internationale omgeving zijn toegenomen, onder andere als gevolg van het aantreden van een nieuwe Amerikaanse regering, de onderhandelingen over de Brexit, de aankomende verkiezingen in een aantal Europese landen, en terugkerende discussie over de Griekse overheidsschuld. Het comité heeft gesproken over de mogelijke gevolgen hiervan voor de financiële stabiliteit. Hoewel het sentiment op met name aandelenmarkten lijkt te zijn verbeterd sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen, kan aanhoudende onzekerheid leiden tot meer volatiliteit op financiële markten. Een omslag van het sentiment kan tot grote neerwaartse prijsaanpassingen op de markten leiden en de financiële posities van financiële instellingen onder druk zetten. Een ander risico is dat de hervormingen die sinds de financiële crisis zijn doorgevoerd om de financiële sector te versterken deels worden teruggedraaid. In het licht van deze ontwikkelingen heeft het comité ook stilgestaan bij de stand van zaken met betrekking tot het pakket aan maatregelen dat in het Bazelse Comité wordt besproken. Dit pakket vormt de afronding van de post-crisis Bazel 3 agenda. De onderhandelingen hierover hebben tot op heden niet tot een akkoord geleid. De beraadslagingen in Bazel worden voortgezet; de volgende vergadering van het Comité is begin maart. 

Het comité heeft ook de gevolgen van de toenemende politieke onzekerheid in Europa besproken. De oplopende rentes op Franse en Italiaanse staatsobligaties sinds het begin van 2017 zijn een reflectie van deze onzekerheid. Een risico is dat een verslechtering van het marktsentiment als gevolg van politieke en economische ontwikkelingen de schuldhoudbaarheid van Zuid-Europese overheden onder druk zet. Dit kan ook risico’s met zich meebrengen voor de Nederlandse financiële sector. Het comité volgt deze ontwikkelingen en de risico’s die daaruit voortvloeien nauwgezet.

Niet-presterende leningen (NPLs) van Europese banken

De Europese bankensector kampt met omvangrijke NPLs. Het verminderen van deze leningen is van groot belang voor een sterke Europese bankensector, en is in diverse Europese landen een randvoorwaarde voor krachtig economisch herstel. Het comité heeft gesproken over manieren om de huidige hoge NPLs te verminderen en het ontstaan van nieuwe NPLs tegen te gaan. Daarvoor moeten volgens het comité verschillende sporen worden bewandeld. Zo kunnen banken via het prudentiële toezicht en verslaggevingsregels worden geprikkeld om NPLs sneller en effectiever af te wikkelen. Daarbij zou het wenselijk zijn als de toezichthouder meer bindende uitspraken kan doen over de hoogte van de voorzieningen. Nieuwe verslaggevingsregels (IFRS 9) zorgen ervoor dat banken verwachte toekomstige verliezen direct moeten verwerken. 

Ook kan de markt voor het verhandelen van NPLs verder worden ontwikkeld. Dit maakt het voor banken gemakkelijker om probleemleningen te verkopen, bijvoorbeeld aan bedrijven die gespecialiseerd zijn in het uitwinnen van deze leningen. Insolventiewetgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Snellere en goedkopere insolventieprocedures dragen bij aan vermindering van de NPL problematiek, onder andere doordat het voor investeerders aantrekkelijker wordt deze leningen over te nemen. Ook in de Nederlandse insolventiewetgeving zijn verbeteringen mogelijk, hoewel Nederland een efficiënte insolventieprocedure en een sterke crediteurenbescherming kent. Zo kan het proces van herstructurering buiten formele insolventieprocedures worden verbeterd door invoering van een dwangakkoord voor schuldherstructurering buiten surseance, zoals beoogd in het wetgevingstraject “Herijking Faillissementsrecht”.

In het Financieel Stabiliteitscomité spreken vertegenwoordigers van DNB, de AFM en het ministerie van Financiën onder leiding van de president van DNB over ontwikkelingen op het gebied van de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel. Het CPB neemt als externe deskundige deel aan de vergaderingen.